26 januari 2014

De relativiteit van reizen

De trein is vol voor een zaterdagmorgen. Ik neem plaats in een carré, tegenover een vader en zijn twee kinderen. Alle drie kijken ze gebiologeerd naar een scherm in hun handpalm: de kinderen hun Gameboy, de vader zijn smartphone.

Het jongetje voor mij heeft een trui aan met knalroze letters, door zijn voorovergebogen houding is de boodschap niet te lezen. Hij praat tegen zijn Gameboy zoals O.J. Simpson naar verluidt tegen Nicole praatte: 'Zo gaat dat toch niet. Ik kan veel beter schieten dan jij. Loser. Weg jij!'

Zijn vader maant hem tot rust, met een stem en intonatie die verontrustend veel lijkt op die van Mark Rutte.

Buiten trekt de stad voorbij. Eerst is er nog bebouwing. Woonkamers vlak langs de vieze ramen maken plaats voor grijze verouderde metrostations, maken plaats voor kantoortorens aan de rand van de stad. Bedrijven met een intrigerende dienstverlening: een zitcentrum, een kerstwarenhuis, de opvoedpoli.

Dan komen de groene weilanden. Her en der een hoopje huizen omsingeld door een cluster kale bomen. Soms een molen.

'Waarom stopt de trein?' vraagt het jongetje met de roze letters op zijn buik.

'Omdat dit een station is,' zegt Mark.

Wat Mark vergeet te zeggen is dat dit het kleinste stationnetje is dat ik in tijden heb gezien. Een perron, veel meer is het niet. Er staat een bakstenen huisje, dat aan reparatie toe is. Daarnaast staan een wat oudere heer en een klein knulletje van bijna vier, hand in hand te staren naar mijn trein.

Daar stond ik ooit, bij een vergelijkbaar klein stationnetje, mijn hand veilig in de warme handpalm van mijn opa, urenlang te kijken naar de mensen op hun weg. Mensen die niets doen en toch in transit zijn - mensen in het midden van daar waar ze vandaan komen en waar ze naar toe gaan. Een ongrijpbaar moment, van buitenaf te benijden, van binnen niet anders dan normaal.

'Waar je ook komt, je neemt overal jezelf mee,' zei mijn opa.

De trein trekt weer op, het verleden schuift langs het raam mijn beeld uit. Ik zucht en pak mijn boek erbij, rustig wachtend tot ik op mijn bestemming ben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Niet paniek

Het is van uiterst belang om niet gearresteerd te worden voor moord. In het algemeen, maar ook in het bijzonder sinds ik een paar haren heb ...